| Nederlands: Eigen bewerkte foto en tekening Schild uit de 19e eeuw (Photo credit: Wikipedia) |
![]() |
De huidige constitutionele monarchie dateert min of meer in haar grond van 1812/'15. Daarin werd de staatkundige opbouw van de voorheen zo geroemde door een stadhouder geleide Republiek der Zeven Verenigde Provinciën opgenomen. Volgens historische bronnen heeft de koning Willem I deze ontwikkeling niet zeer gaarne gewenst, maar de opdracht tot vorming van een Koninkrijk der Nederlanden was afkomstig van het Congres van Wenen waarin de Europese machten hun staatkundige opbouw hebben bepaald en besproken in overeenstemming met de overeenkomsten en verdragswerkelijkheid van deze grote machten.
De huidige grondwet met zijn vele aanpassingen stelt duidelijke regels voor de macht en de functie van de koning welke als het staatshoofd het hoogste gezag vertegenwoordigt. Heel wezenlijk vormt de monarchie niet het enige leidende principe binnen de Staat, maar worden de verhoudingen van het gezag en de macht met elkaar in evenwicht gehouden binnen de Parlementaire Democratie waarin het staatkundig gegeven zijn feitelijke uitdrukking heeft gevonden.
In de staatkundige opbouw van het bestel zijn drie autoriteiten als leidende positie gesteld: de wetgevende macht in de vorm van het Parlement, in ons land wordt dat genoemd de Staten-Generaal met zijn twee kamers van gekozen volksvertegenwoordigers, de uitvoerende macht in de vorm van de regering bestaande uit de premier en de overige ministers, welke de leiding geven aan het operatief ambtelijk bestuursorgaan van de Staat der Nederlanden, en de vertegenwoordigende macht in de gestalte van de Koning als het staatshoofd voor land, wet en volk, doorgaans aangeduid als de Kroon, in naam hoogste gezagsorgaan binnen het Koninkrijk.
De precieze verhoudingen tussen de macht van de koning en die van het parlement en de regering zijn nooit in volledig tot tevredenheid stellende zin omschreven maar de Grondwet vormt daartoe de leidraad en de basis voor het gezag. Het is niet anders dan begrijpelijk en juist te achten dat deze precieze verhoudingen per regeringsperiode en per staatkundig verloop een zekere veranderlijkheid en vrijheid inhouden, want het gaat hier om mensen die tezamen in een staatkundig bestel delen en niet om een systeem waarin alles reeds vooraf werd vastgelegd.
Naar traditionele inslag wordt in ons land hogere waarde toegekend aan de vrijheid dan aan de bestendigheid als de principia voor het gezag en de macht.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten